Zelfs 0,01% rentekorting bespaart u honderden euro's

Zelfs 0,01% rentekorting bespaart u honderden euro’s: zo haalt u het onderste uit de kan bij uw bank

Denkt u dat die laatste tiende procent op uw woonlening het verschil niet maakt? Reken dan even mee. Op een gemiddelde woning van 346.648 euro, waarvoor u 90 procent leent, betaalt u op 25 jaar ruim 133.000 euro intrest. Wie die rente met een luttele 0,01 procentpunt weet te drukken, bespaart al bijna 500 euro. Wie 0,10 procentpunt lager gaat, houdt liefst 4.730 euro over. Voor hetzelfde geld, dezelfde bank en dezelfde droomwoning. Alleen: hoe krijgt u die korting? En blijft de rest van de lening dan niet alsnog torenhoog?

Foto: © Frauke Riether / Pixabay

We schreven het eerder al voor wie zijn woning wil verbouwen: bankiers zijn geen filantropen, maar ze hebben wél marge. Zeker nu de kredietmarkt weer aantrekt, is er ruimte om te schaven, te schuiven en te onderhandelen. Maar wie denkt dat een telefoontje volstaat, komt bedrogen uit. Dit is wat wél werkt.

① Begin bij uzelf: uw financiële profiel onder de loep

Een bankier wil maar één ding: zekerheid. Zekerheid dat u kunt terugbetalen, en zekerheid dat hij niet als eerste verlies lijdt als het misloopt. Hoe minder risico u bent, hoe lager de rente. Klinkt logisch, maar de praktijk is weerbarstiger.

Veel kandidaat-kredietnemers komen binnen met vage beloftes en losse ideeën. Dat volstaat niet. Wie zijn spaarcenten, beleggingen en eventuele andere activa op voorhand in kaart brengt, straalt controle uit. Hetzelfde geldt voor inkomsten: verzamel niet enkel uw loonfiches, maar ook pensioendocumenten, huurcontracten met stortingsbewijzen, alimentatiebewijzen. Alles wat aantoont dat er structureel geld binnenkomt.

Denk ook aan wat u al in handen hebt aan waarborgen. Een levensverzekering, een eigendom zonder hypotheek, een borgstelling van familie. Hoe meer onderpand u kunt tonen, hoe minder de bank zich zorgen maakt — en hoe scherper hij zijn prijs durft te maken.

② Een dik dossier is uw beste binnenkomer

U hebt alles netjes verzameld. Nu komt het erop aan het ook overzichtelijk te presenteren. Een bankier die door een berg losse documenten moet spitten, begint met een achterstand. Wie daarentegen een gestructureerd dossier aflevert, dwingt meteen respect af.

Wat hoort erin? Begin met uw identiteit: recto-verso van de identiteitskaart, eID-gegevens, gezinssamenstelling, burgerlijke stand. Daarna uw inkomsten: drie laatste loonbrieven, aanslagbiljetten, pensioenoverzicht van MyPension, huurcontracten mét bewijs van betaling. Vervolgens het pand: compromis of belofte van verkoop, schattingsverslag, bouwvergunning, raming van werken, EPC-label. Tot slot uw financiële verleden: overzicht van spaargeld en beleggingen, lopende kredieten met aflossingstabel, eigendomsaktes, echtscheidingsakte, alimentatiebewijzen.

Het lijstje is lang, maar het is ook compleet. En volledigheid wekt vertrouwen.

③ Trouw is mooi, maar niet altijd voordelig

Uw huisbank kent u, uw huisbank vertrouwt u — en uw huisbank rekent soms te veel. Het is een klassieker: wie al twintig jaar bij dezelfde bank zit, krijgt vaak een vriendelijk knikje, maar niet per se de scherpste rente.

Neem uw welgevuld dossier dus mee naar uw eigen bank, maar stap er ook mee naar minstens twee concurrenten. Vooral zelfstandige kantoorhouders hebben er baat bij nieuwe klanten aan te trekken en durven daarvoor in de prijs te duiken. Het voorstel dat u daar krijgt, neemt u vervolgens mee terug naar uw vertrouwde bank. Kan men daar niet volgen? Dan weet u waar u aan toe bent. Kunt men wél volgen of zelfs overbieden? Dan hebt u zojuist uw eigen deal geoptimaliseerd.

Schaam u niet voor deze tactiek. In de markt van woonkredieten bent u geen petitiesnijder, u bent een geïnformeerde koper.

④ Denk vooruit — ook over uw verbouwingen

U koopt een woning die wat liefde kan gebruiken. Logisch dat u later wil renoveren. Maar wacht daar niet mee voor uw kredietaanvraag. Wie nu al weet dat er een nieuwe keuken, een dakherstelling of zonnepanelen aankomen, vermeldt dat meteen bij de eerste afspraak.

Door het renovatiebudget in één beweging mee te financieren met uw hypotheek, vermijdt u een tweede, duurdere kredietaanvraag achteraf. Uw bank kan beide bedragen bundelen, vaak tegen dezelfde (lagere) hypothecaire rente. Het vergt wel dat u nu al een realistische raming maakt van de kosten. Maar wie vaag blijft, krijgt niets.

Ook hier: hoe concreter, hoe geloofwaardiger. Een offerte van een aannemer weegt zwaarder door dan een slag om de arm.

⑤ De kleine lettertjes zijn niet voor de sier

Het zou bijna een boutade worden, maar we schrijven het toch: de rente is niet de enige kostenpost. Banken weten dat consumenten vaak fixeren op dat ene cijfer achter de komma. En spelen daar handig op in.

Een piepkleine rente, maar wel met een verplichte schuldsaldoverzekering aan boordentarieven. Een brandverzekering die dubbel zo duur is als bij de concurrent. Kosten voor dossieropvolging, voor een hypothecair mandaat, voor het uitbetalen van het krediet. Het staat er allemaal, maar wie niet leest, ziet het niet.

Kijk daarom niet alleen naar de debetrente, maar naar het jaarlijks kostenpercentage (JKP) . Dat vat alle verplichte kosten van de lening samen in één percentage. Een hogere debetrente met een goedkope verzekering kan goedkoper uitvallen dan een lage rente met een dure verplichte polis. Rekenen dus, of laten rekenen door een onafhankelijk kredietbemiddelaar.

De boodschap? Uw woonlening is niet alleen het grootste bedrag dat u ooit leent, maar ook het meest onderhandelbare. Bankiers hebben speelruimte, maar delen die niet zomaar uit. Wie zijn kaarten op orde heeft, breed vergelijkt en vooruit durft denken, kan duizenden euro’s besparen. Geen rocket science, wel huiswerk. En dat loont, tot op de laatste 0,01 procent.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *