Sparen voor uw kleinkind

Sparen voor uw kleinkind: tussen goede bedoelingen en fiscale valkuilen

Grootouders, peters en meters willen graag iets opzijzetten voor de jongste generatie. Een mooi gebaar, maar de keuzes zijn verwarrend. Spaarrekening op naam van het kind, op uw eigen naam, of met een derdenbeding? En wat als u overlijdt voordat het kind het geld krijgt? Een gids door de opties – en de addertjes onder het gras.

De intentie: méér dan zakgeld

Contant geld in een verjaardagskaart verdwijnt snel. Grootouders die structureel iets willen betekenen, denken daarom aan een spaarrekening. Gestaag wat geld storten, zodat het kleinkind op zijn achttiende – of later – een mooi bedrag krijgt voor studies, een eerste auto, of een aanbetaling op een woning.

Het klinkt eenvoudig. Maar zodra u de bank binnenstapt of online een rekening probeert te openen, stuit u op keuzes die fiscale en juridische gevolgen hebben die weinig grootouders overzien.

Optie 1: spaarrekening op naam van het kind

De meest voor de hand liggende oplossing: u opent een spaarrekening op naam van uw kleinkind en stort daar regelmatig geld op. Het voordeel: u bent zeker dat het geld bij dat specifieke kind terechtkomt. Het geld is definitief van hem of haar.

De kant die u niet ziet

Zodra dat geld op de rekening staat, kunt u er niet meer aan. Alleen de wettelijke vertegenwoordigers – meestal de ouders – mogen ervan afnemen, en dan nog enkel “in het belang van het kind”. Klinkt beschermend, maar wat als de ouders het geld gebruiken voor dingen waar u het niet mee eens bent? Of wat als u zelf plots financiële problemen krijgt en dat geld eigenlijk nodig hebt? Pech gehad, het is niet meer van u.

De fiscale val: de vijfjaarstermijn

Het gestorte geld valt buiten uw nalatenschap – maar alleen als u lang genoeg blijft leven. In Vlaanderen en Brussel geldt sinds 1 januari 2026 een ‘verdachte periode’ van vijf jaar. Overlijdt u binnen die termijn na een storting, dan wordt het geld toch weer aan uw nalatenschap toegevoegd. Uw erfgenamen betalen er erfbelasting op, tenzij u de schenking liet registreren en schenkbelasting betaalde.

Dat laatste doen weinig mensen, omdat het net de bedoeling is schenkbelasting te vermijden via handgiften. Maar dan loopt u dus dat risico. Voor een gezonde 60-jarige lijkt vijf jaar misschien lang. Voor een 80-jarige is het een reële dreiging.

Optie 2: spaarrekening op uw eigen naam

De tegenovergestelde aanpak: u opent een rekening op uw eigen naam en beslist later wel wanneer u het geld aan het kind geeft. Dat behoudt maximale controle. U neemt geld op wanneer u wilt, geeft het wanneer u vindt dat het kind er klaar voor is, en past eventueel uw plannen aan als omstandigheden veranderen.

Het probleem: geen garanties

Als u overlijdt, valt dit geld gewoon in uw nalatenschap. Er is geen enkele garantie dat het bij het beoogde kind terechtkomt. Misschien verdelen uw erfgenamen het anders. Misschien hebben andere kleinkinderen ook aanspraak. Of misschien heeft uw partner andere ideeën.

Wilt u wél zekerheid, dan moet u dat via successieplanning regelen – testament, specifieke clausules, enzovoort. Dat vereist notariële tussenkomst en kosten. Plots wordt dat simpele spaarboekje complex.

Schenken bij leven: alsnog risico’s

U kunt het geld natuurlijk bij leven schenken via een handgift, zonder registratie en dus zonder schenkbelasting. Maar ook hier geldt: overlijdt u binnen vijf jaar, dan is er alsnog erfbelasting verschuldigd. U verschuift het probleem, maar lost het niet op.

Optie 3: de gulden middenweg met derdenbeding

Veel banken presenteren dit als de ideale oplossing: een spaarrekening op uw eigen naam, maar met een derdenbeding. U duidt het kind aan als begunstigde en bepaalt de datum waarop het geld vrijkomt – op de achttiende verjaardag, bij het afstuderen, of op een andere mijlpaal.

Het voordeel: flexibiliteit

Tot die vervaldag behoudt u controle. U kunt geld opnemen, de begunstigde wijzigen, of de datum aanpassen. Die flexibiliteit is waardevol. Misschien blijkt het kind onverantwoordelijk met geld, of krijgt een ander kleinkind plots grote financiële nood. U kunt bijsturen.

De addertjes

Maar ook hier lopen fiscale risico’s. Overlijdt u vóór de vervaldag, dan is er erfbelasting verschuldigd op het gespaarde bedrag. De rekening blijft geblokkeerd tot de beoogde vrijgavedatum – uw erfgenamen kunnen er niet aan, maar moeten wel erfbelasting betalen over geld dat nog niet vrij is.

Overlijdt u binnen vijf jaar ná de vervaldag, dan wordt de schenking alsnog aan uw nalatenschap toegevoegd en is er opnieuw erfbelasting te betalen. Met andere woorden: de vijfjaarstermijn begint pas te lopen vanaf het moment dat het kind het geld werkelijk krijgt, niet vanaf het moment dat u het opzij begon te zetten.

Voor grootouders die het geld willen vrijgeven op bijvoorbeeld de 25ste verjaardag van een kleinkind dat nu 5 is, betekent dit: u moet 20 jaar wachten tot de vervaldag, en dan nog eens 5 jaar overleven om fiscaal in het vrije te zijn. Totaal 25 jaar. Bent u nu 70, dan moet u dus 95 worden. Niet onmogelijk, maar ook niet evident.

Het rendement: zijn de inspanningen het waard?

Even los van alle juridische complexiteit: wat levert zo’n spaarrekening eigenlijk op? De best renderende optie voor jongeren is momenteel KBC Start2Save4, met 2,25% totale rente. U kunt maximaal 500 euro per maand storten. Voor volwassenen haalt de Ritme-spaarrekening van vdk 2,85%, ook met een maximum van 500 euro per maand.

De rekensom

Stel dat u vanaf de geboorte van uw kleinkind tot zijn 18de elke maand 100 euro stort op 2,5% rente (rekening houdend met belasting op de meerwaarde). Na 18 jaar hebt u 21.600 euro gestort. Met samengestelde interest groeit dat naar ongeveer 26.000 euro. Een mooi bedrag, zeker.

Maar is dat de moeite waard van alle juridische structuren, fiscale risico’s en mentale belasting? Voor sommige grootouders wellicht wel. Voor anderen niet.

Het alternatief: tak 21-verzekeringen

Banken en verzekeraars promoten ook tak 21-levensverzekeringen als spaaroplossing voor kinderen. Die bieden een gewaarborgde rente plus eventuele winstdeelneming. U opent de verzekering op uw eigen naam, duidt het kind aan als begunstigde, en bepaalt de uitkeringsdatum.

Klinkt aantrekkelijk, maar…

Tak 21-verzekeringen hebben vaak hoge instapkosten die de eerste jaren rendement wegvreten. De gewaarborgde rente ligt bovendien vaak lager dan wat spaarrekeningen bieden. En de “winstdeelneming”? Die hangt af van de goodwill van de verzekeraar – geen zekerheid dus.

Bovendien gelden ook hier de fiscale regels rond schenkingen en erfenissen. U lost het probleem niet op, u verplaatst het naar een ander product met extra kosten.

De ongemakkelijke waarheid

Het werkelijke probleem met sparen voor kleinkinderen is niet welk product u kiest, maar dat ons fiscaal systeem zulke initiatieven zo complex maakt. De vijfjaarstermijn – bedoeld om fiscale ontwijking te voorkomen – bestraft in de praktijk vooral mensen die gewoon iets willen betekenen voor hun kleinkinderen.

Voor wie werkt dit systeem?

Voor gezonde, welgestelde zestigers die een kleinkind hebben dat net geboren is en die met redelijke zekerheid nog 25 jaar te leven hebben. Voor die groep is een spaarrekening met derdenbeding inderdaad interessant.

Voor 75-plussers, voor mensen met gezondheidsproblemen, of voor grootouders van tieners is het systeem veel minder aantrekkelijk. Het risico dat fiscale complicaties ontstaan, is substantieel.

Wat dan wel?

Het simpelste – en vaak eerlijkste – is wellicht om gewoon contant geld te geven wanneer u dat wilt, in bedragen die u zich kunt veroorloven. Geen bankrekeningen, geen derdenbedingen, geen verdachte termijnen. Gewoon een enveloppe met geld wanneer het nodig is.

Natuurlijk mist u dan de samengestelde interest van jarenlang sparen. Maar u vermijdt ook juridische complexiteit, fiscale risico’s, en de frustratie van een systeem dat goede bedoelingen bemoeilijkt.

Als u toch een structuur wilt: houd het simpel. Een rekening op uw eigen naam, waarvan u geeft wanneer het moment daar is. Niet perfect, niet fiscaal geoptimaliseerd, maar wel werkbaar en eerlijk.

En misschien is dat belangrijker dan het laatste beetje rendement uit een constructie te persen die u toch niet volledig begrijpt.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *