De belofte van actief beleggen klinkt verleidelijk: door slim te kiezen, kun je de markt verslaan. Maar nieuw onderzoek toont een ontnuchterende realiteit. Slechts een kleine minderheid van actieve beleggers slaagt erin om passieve indexbeleggers te kloppen – en dat verschil wordt alleen maar groter naarmate de tijd verstrijkt.
Het dilemma is bekend voor iedere belegger die zijn spaargeld wil laten groeien: ga je actief op zoek naar de beste aandelen en obligaties, in de hoop beter te presteren dan de gemiddelde belegger? Of kies je voor de rustige route van passief beleggen, waarbij je simpelweg de markt volgt via indexfondsen of ETF’s?
Op het eerste gezicht lijkt actief beleggen de aantrekkelijkste optie. Waarom zou je genoegen nemen met een gemiddeld rendement als je, met de juiste keuzes, meer kunt verdienen? Toch vertelt de praktijk een ander verhaal. Cijfers uit 2024 en 2025 laten zien dat de meerderheid van actieve beleggers er niet in slaagt om passieve strategieën te verslaan – en dat heeft belangrijke gevolgen voor iedereen die zijn vermogen wil laten groeien.
Twee wegen naar rendement: actief kiezen of rustig volgen
Bij actief beleggen neem je bewust beslissingen over welke beleggingsproducten je wel of niet in je portefeuille opneemt. Dat kan volledig op eigen kracht, met hulp van een adviseur, of door het beheer volledig uit te besteden aan een vermogensbeheerder. Het doel is helder: door slimme keuzes te maken, wil je een hoger rendement behalen dan de gemiddelde belegger, binnen de risicogrenzen die jij acceptabel vindt.
Passief beleggen – ook wel hangmatbeleggen genoemd – volgt een fundamenteel andere filosofie. Hier accepteer je bewust het gemiddelde marktrendement. In plaats van te proberen individuele winnaars te selecteren, beleg je in een breed gespreide index via een indexfonds of ETF. Deze fondsen kopen automatisch alle aandelen of obligaties uit een bepaalde beursindex, zoals de S&P 500 die de vijfhonderd grootste Amerikaanse bedrijven volgt. Het vergt minder tijd, minder expertise en – zoals blijkt – levert het vaak meer op.
De cijfers liegen niet: actief beleggen verliest terrein
Twee keer per jaar publiceert de Amerikaanse financiële dienstverlener Morningstar een uitgebreid rapport dat licht werpt op deze discussie: de Active/Passive Barometer. De meest recente editie, verschenen in juni 2025, vergelijkt bijna 30.500 Europese beleggingsfondsen – zowel actief als passief beheerd. Daarbij worden vergelijkbare fondsen tegenover elkaar gezet, met alle kosten meegenomen in de berekening.
De uitkomst is ontnuchterend voor voorstanders van actief beleggen. Over een periode van één jaar wist slechts 29 procent van de actief beheerde fondsen een beter rendement neer te zetten dan vergelijkbare passieve fondsen, na aftrek van alle kosten. Dat cijfer is nagenoeg gelijk aan een jaar eerder, toen 29,2 procent van de actieve fondsen beter presteerde.
Opmerkelijk is de volatiliteit binnen dat jaar. In februari 2025 zakte het succespercentage van actieve fondsen zelfs naar 23,1 procent. Die dip viel samen met de turbulentie op de financiële markten na de inauguratie van de Amerikaanse president Donald Trump – een periode waarin onzekerheid en koersschommelingen de boventoon voerden. Actieve beheerders, die vaak proberen in te spelen op marktbewegingen, bleken juist in die woelige tijden moeite te hebben om passieve strategieën bij te houden.
Hoe langer de rit, hoe groter het verschil
Nog pijnlijker voor actieve beleggers wordt het beeld wanneer we naar langere termijnen kijken. Over de afgelopen tien jaar slaagde nog maar 13,5 procent van de actief beheerde fondsen erin om beter te presteren dan vergelijkbare passieve alternatieven. Over vijftien jaar daalt dat percentage naar amper 10 procent, en over twintig jaar naar slechts 8 procent.
Dat steeds kleiner wordende succespercentage heeft deels te maken met een fenomeen dat weinig aandacht krijgt: veel actieve fondsen die slecht presteren, worden in de loop der jaren opgeheven of samengevoegd met andere fondsen. De cijfers die we zien, vertegenwoordigen dus eigenlijk alleen de overlevenden – de werkelijkheid voor de gemiddelde belegger die tien of twintig jaar geleden in een willekeurig actief fonds stapte, is waarschijnlijk nog somberder.
Praktijkvoorbeelden: wat levert passief beleggen concreet op?
Om het verschil concreet te maken, kunnen we kijken naar specifieke beleggingsproducten. De offensieve indexportefeuilles van Easyvest 10 – gericht op beleggers die bereid zijn meer risico te nemen – behaalden de afgelopen vijf jaar een gemiddeld netto rendement van 10,61 procent per jaar. De toegang tot dit product vereist wel een minimale inleg van 5.000 euro.
Voor voorzichtigere beleggers bestaat de neutrale portefeuille binnen het Axento ETF Beleggen-plan, die over dezelfde periode een netto rendement van gemiddeld 4,99 procent per jaar opleverde. Dat is aanzienlijk lager, maar past bij het lagere risicoprofiel van deze portefeuille.
Het is belangrijk te benadrukken dat deze resultaten uit het verleden geen garantie bieden voor de toekomst – een waarschuwing die bij elk beleggingsproduct hoort. Toch geven deze cijfers wel een indicatie van wat realistisch haalbaar is met passieve beleggingsstrategieën, zonder de jacht op individuele toppers.
Is passief beleggen dan altijd de betere keuze?
De cijfers suggereren dat proberen het marktgemiddelde te evenaren een rationelere strategie is dan proberen de markt te verslaan. Maar passief beleggen is niet zonder uitdagingen, vooral voor wie het zelfstandig aanpakt zonder professionele begeleiding.
De grootste valkuil: emotionele beslissingen tijdens beursdalingen. Wanneer aandelenkoersen kelderen en nieuwsberichten angst zaaien, is de verleiding groot om te verkopen en verliezen te beperken. Historisch gezien is dat echter vaak het slechtste moment om uit te stappen. Juist op die momenten is discipline vereist – het vermogen om vast te houden aan je langetermijnstrategie, ook als je portefeuille tijdelijk in het rood kleurt.
Ben je eerlijk tegen jezelf en vermoed je dat je in tijden van crisis toch geneigd zou zijn om in paniek te verkopen? Dan kan een passief beleggingsproduct mét professionele begeleiding uitkomst bieden. Dergelijke diensten combineren de kostenefficiëntie van passief beleggen met het voordeel dat een adviseur je helpt om koele kikker te blijven wanneer de markten turbulent worden. Die begeleiding heeft weliswaar een prijskaartje, maar kan je behoeden voor de veel kostbaardere fout van verkopen op het verkeerde moment.
De verborgen factor: kosten maken het verschil
Wat in dit verhaal vaak onderbelicht blijft, is de cruciale rol van kosten. Actief beheerde fondsen rekenen gemiddeld aanzienlijk hogere beheervergoedingen dan passieve indexfondsen – vaak tussen de 1 en 2 procent per jaar, tegenover 0,1 tot 0,5 procent voor passieve alternatieven. Over lange periodes vreten die extra kosten een substantieel deel van je rendement op.
Wanneer Morningstar actieve en passieve fondsen vergelijkt, gebeurt dat altijd na aftrek van alle kosten. Het betekent dat actieve fondsen niet alleen de markt moeten verslaan, maar dat ook nog eens met een handicap moeten doen. Voor beleggers is de boodschap helder: als je voor actief beleggen kiest, betaal je daarvoor een premie – en de cijfers tonen aan dat die extra kosten zelden worden terugverdiend.
De data uit 2024 en 2025 bevestigen wat onderzoek al decennialang aantoont: voor de meeste beleggers is passief beleggen via indexfondsen of ETF’s de meest betrouwbare route naar vermogensopbouw. Niet omdat het spectaculair is, maar juist omdat het consistent werkt – zonder de noodzaak om de markt te voorspellen of de volgende grote winnaar te vinden.
Lees ook: https://www.geldspot.be/beleggingsfraude-vijf-alarmsignalen-die-u-misschien-in-de-val-lokken/





