Bijna vier op de tien Belgen kan niet meer dan 249 euro per maand opzij zetten. Sparen is voor velen een worsteling, en de foutenmarges zijn groot. Hoe bouwt u wél een financiële buffer op zonder klassieke misstappen? En klopt het advies dat experts geven eigenlijk wel?
De harde realiteit: sparen lukt niet voor iedereen
De cijfers van Santander Consumer Bank schetsen een ontnuchterend beeld. Slechts 8% van de bevraagde Belgen slaagt erin meer dan 1.000 euro per maand opzij te zetten. De meerderheid sparreert met kleinere bedragen: 17% zet minder dan 100 euro opzij, 19% komt uit op 100 tot 249 euro, en nog eens 19% haalt 250 tot 499 euro.
Opvallend is ook dat bijna één op de vijf respondenten (18%) niet wilde zeggen hoeveel – of zelfs of – ze sparen. Schaamte? Privacy? Of de pijnlijke realiteit dat sparen er simpelweg niet meer van komt? De studie geeft geen antwoord, maar de zwijgzaamheid spreekt boekdelen.
Het spaarideaal botst met de werkelijkheid
Die cijfers illustreren een fundamenteel probleem met veel spaaradvies: het vertrekt vanuit een ideaalbeeld waarin iedereen maandelijks honderden euro’s kan opzijzetten. Voor wie aan het einde van de maand nauwelijks rondkomt, klinkt dat advies niet bemoedigend maar beklemmend.
De twenties: sparen of leven?
Financiële experts hameren er graag op: begin vroeg met sparen. Zodra uw eerste loon binnenkomt, moet u spaarzaam zijn en schulden vermijden. Start meteen met pensioensparen voor het fiscaal voordeel.
In theorie klopt dat advies. Wie op 25-jarige leeftijd begint met pensioensparen, profiteert decennia lang van het rendement en bouwt een stevige buffer op. Het fiscaal voordeel – een belastingvermindering van 25% of 30% afhankelijk van het ingelegde bedrag – maakt sparen aantrekkelijker.
Maar wat als het leven in de weg zit?
Toch gaat dit advies voorbij aan een realiteit: als twintiger bouwt u een leven op. Misschien volgt u nog opleidingen, betaalt u een torenhoge huur in de stad waar u werkt, of start u een carrière met een bescheiden startersloon. De verleiding om te spenderen is niet alleen een gebrek aan discipline – vaak is het simpelweg overleven in een dure wereld.
Bovendien: moet sparen werkelijk prioriteit krijgen boven een sociaal leven, reizen, of andere ervaringen die later moeilijker te realiseren zijn? Financiële wijsheid zegt ja, maar psychologisch onderzoek toont aan dat ervaringen op jonge leeftijd cruciaal zijn voor ontwikkeling en welzijn.
Het advies zou genuanceerder mogen zijn: spaar wat kan, maar voel u niet schuldig als dat beperkt blijft in deze levensfase.
De thirties: het grote spagaat
Als dertiger stapelen de uitgaven zich op. Een woning kopen, verbouwen, een gezin stichten – het zijn allemaal projecten die geld verslinden. De ideale spaarformule luidt: besteed 50% van uw nettoloon aan vaste kosten, 30% aan extraatjes, en zet 20% opzij.
Klinkt simpel. In de praktijk stuit die formule op een hardnekkig probleem: wie een woonlening afbetaalt, ziet vaak al 40% of meer van het inkomen naar die vaste last gaan. Blijft er 60% over voor de rest – inclusief die 20% sparen. Voor veel gezinnen is dat onhaalbaar.
Het advies: verlaging uw uitgaven
Experts raden dan aan: verlaag uw uitgaven. Of spaar tenminste 10% als 20% niet lukt. Gebruik een automatische spaaropdracht om discipline af te dwingen.
Maar ook dit advies kent blinde vlekken. Welke uitgaven moet u precies schrappen? De kinderopvang? De autoverzekering? De verwarming? Voor veel gezinnen is er gewoon geen vet meer op de botten te snijden. En een automatische spaaropdracht helpt weinig als het geld dat u opzij zet, een paar dagen later toch opgenomen moet worden om boodschappen te betalen.
Beleggen: voor wie het kan betalen
Voor wie wél een buffer heeft opgebouwd, luidt het advies: beleg via een beleggingsplan. De lange termijn maakt beleggen in aandelen minder risicovol, en de verwachte rendementen liggen hoger dan spaarboekjes.
Theoretisch klopt dat. Maar beleggen vereist niet alleen een buffer, maar ook mentale ruimte om schommelingen te doorstaan. Wie financieel al op het randje leeft, zal nachten wakker liggen van een tijdelijke koersdaling. Voor hen is de rust van een spaarboekje belangrijker dan een hoger rendement.
De forties: tijd voor een loonsverhoging?
Als veertiger zou u stilaan een loonsverhoging moeten vragen, of een beter betaalde job moeten zoeken. Dat extra inkomen is nodig, want nieuwe uitgaven dienen zich aan: kinderen die hogere studies starten, bijvoorbeeld.
Het klinkt logisch, maar gaat voorbij aan arbeidsmarktrealiteiten. In veel sectoren stagneren lonen, zelfs met meer ervaring. En jobhoppers worden niet altijd beloond met hoger loon – soms verliezen ze juist anciënniteitvoordelen.
Pensioensparen: nu of nooit?
Het advies om uiterlijk als veertiger te starten met pensioensparen is wel degelijk waardevol. Wie tot 40 wacht, mist kostbare jaren van rendement. Maar ook hier: niet iedereen hééft die financiële ruimte. Het advies klinkt soms alsof het een kwestie van wil is, terwijl het vaak een kwestie van kunnen is.
De fifties: vermijd te veel risico
Als vijftiger nadert uw pensioen, en daarmee het moment waarop u uw beleggingen moet kunnen omzetten in inkomen. Het advies: vermijd te risicovolle beleggingen, want aandelen kunnen op korte termijn flink schommelen. Stabiliseer de waarde van uw portefeuille.
Dit advies klopt grotendeels. Maar het veronderstelt dat u al decennia hebt belegd en een portfolio hebt om te stabiliseren. Voor de vele Belgen die pas laat begonnen zijn met beleggen – of helemaal niet – is dit advies niet bruikbaar.
De eigen woning als investering
Als lichtpunt: wie zijn woning heeft afbetaald, heeft een waardevolle investering gedaan die gemiddeld in waarde stijgt. Dat klopt, al hangt de waardestijging sterk af van locatie en onderhoud. En vooral: een afbetaalde woning biedt zekerheid, maar geen liquiditeit. U kunt er niet mee boodschappen doen.
Ook het advies om erfenissen of schenkingen te gebruiken om resterende schulden af te lossen is waardevol – voor wie het geluk heeft zulke bedragen te ontvangen. Veel Belgen kunnen daar alleen maar van dromen.
De sixties: schenken met beleid
Als zestigplusser kunt u uw kinderen al een deel van uw vermogen schenken. Hand- of bankgiften zijn vrij van schenkbelasting, wat interessant klinkt. Maar let op: wie binnen de ‘verdachte periode’ overlijdt – in Wallonië en Brussel vijf jaar, in Vlaanderen drie jaar – ziet die schenking toch opnieuw belast als erfenis.
Dit advies is bruikbaar voor wie daadwerkelijk vermogen heeft om te schenken. Voor de vele gepensioneerden die rondkomen van een bescheiden pensioen, is schenken geen optie. Ook hier weerklinkt de impliciete veronderstelling dat iedereen vermogen heeft – een aanname die voor veel Belgen niet klopt.
De angel: advies voor wie het al redt
Het probleem met veel spaaradvies is dat het zich richt op mensen die het al relatief goed doen. Wie maandelijks moeite heeft om rond te komen, heeft niets aan tips over beleggingsplannen of schenkingsconstructies.
Wat ontbreekt in het verhaal
Er wordt zelden gesproken over structurele problemen: stagnerende lonen, stijgende woonkosten, de hoge kostprijs van kinderopvang. Het wordt voorgesteld als een individuele verantwoordelijkheid – doe maar beter uw best – terwijl veel spaarproblematiek systeemstoornissen weerspiegelt.
Ook de psychologische kant blijft onderbelicht. Sparen vereist niet alleen geld, maar ook mentale rust. Wie constant financiële stress ervaart, kan moeilijk rationele keuzes maken over pensioenbeleggen over dertig jaar.
Wat dan wel?
Betekent dit dat u helemaal niet moet sparen? Nee. Maar wel dat u uzelf niet moet vergelijken met ideaalplaatjes die misschien niet passen bij uw situatie. Begin met wat kan, hoe klein ook. Zelfs 25 euro per maand is beter dan niets, en belangrijker: het creëert een spaardiscipline.
Automatiseer het proces waar mogelijk, maar wees realistisch over wat haalbaar is. En als sparen echt niet lukt? Schaam u daar niet voor. Dat zegt meer over onze economie dan over uw discipline.





