Private banking: wanneer bent u rijk genoeg voor een eigen bankier?

Private banking: wanneer bent u rijk genoeg voor een eigen bankier?

Een persoonlijke adviseur die u bijstaat met al uw financiële vragen – het klinkt aantrekkelijk. Maar vanaf welk vermogen kwalificeert u voor private banking? En krijgt u waar voor uw geld?

De belofte is verleidelijk: geen gedoe meer met wachtende telefoongesprekken naar een callcenter, geen eindeloze zoektochten op banksites. In plaats daarvan één vertrouwd gezicht, een adviseur die uw volledige financiële situatie kent en meedenkt over beleggingen, successieplanning en vermogensopbouw.

Welkom in de wereld van private banking – een segment van de financiële dienstverlening dat lange tijd voorbehouden leek voor de zeer vermogende elite, maar waar de drempels geleidelijk aan lijken te verschuiven. De vraag is: vanaf wanneer behandelt uw bank u als ‘vermogend’? En minstens zo belangrijk: wat krijgt u ervoor terug, en tegen welke prijs?

Het basisprincipe: een vaste contactpersoon

Ondanks alle verschillen tussen banken blijft de kern van private banking overal hetzelfde: u krijgt toegang tot een vaste contactpersoon die u bijstaat met vermogensbeheer en aanvullende financiële diensten. Die adviseur kent uw situatie, begrijpt uw doelstellingen en anticipeert op uw behoeften.

Maar de duivel zit in de details. Want niet alle private banking is gelijk. De dienstverlening varieert aanzienlijk naargelang de omvang van uw vermogen – en elke bank hanteert andere drempels en tarieven.

Instapniveau: beleggen volgens typeportefeuilles

De eerste drempel ligt meestal rond 250.000 euro aan totaal vermogen. Vanaf dat bedrag bieden de meeste banken een vorm van beheerd beleggen aan volgens zogenaamde typeportefeuilles: voorgedefinieerde beleggingsmixen die aansluiten bij verschillende risicoprofielen.

De aanpak is grotendeels gestandaardiseerd. Uw bank bepaalt eerst uw beleggers profiel – defensief, neutraal, dynamisch of offensief – en wijst u vervolgens een bijpassende portefeuille toe. Die portefeuille wordt beheerd volgens een vastgelegd model, vaak met behulp van algoritmes die de samenstelling bewaken en waar nodig bijsturen.

Persoonlijk maatwerk krijgt u op dit niveau doorgaans nog niet. U volgt een sjabloon dat ook andere klanten met een vergelijkbaar profiel volgen. Toch is het een stap verder dan zelf beleggen via een online platform.

Axento Vermogensbeheerder – een onafhankelijke speler op de Belgische markt – hanteert een lagere drempel. Vanaf een inleg van 100.000 euro krijgt u er toegang tot een vaste beleggingsadviseur. De vraag is natuurlijk hoeveel persoonlijke aandacht u bij dat bedrag daadwerkelijk krijgt, en hoeveel klanten een adviseur in zijn portefeuille heeft.

Volwaardige private banking: vanaf een half miljoen

De échte private banking – met uitgebreide persoonlijke begeleiding en maatwerkoplossingen – begint doorgaans pas vanaf een totaal vermogen van 500.000 euro. Hoewel sommige instellingen ook lagere minimumbedragen hanteren, is een half miljoen een gangbare ondergrens voor het volledige dienstenpakket.

Op dit niveau kunt u kiezen tussen twee hoofdvormen van vermogensbeheer: adviserend en discretionair.

Adviserend beheer betekent dat u zelf de eindverantwoordelijkheid houdt over uw beleggingsbeslissingen. Uw vaste adviseur doet aanbevelingen op basis van marktanalyses, signaleert kansen en waarschuwt voor risico’s, maar u beslist uiteindelijk zelf of u een aandeel koopt of verkoopt, uw allocatie tussen aandelen en obligaties wijzigt, of investeert in alternatieve beleggingen.

Deze formule past bij beleggers die betrokken willen blijven bij hun portefeuille, maar graag terugvallen op professionele expertise. U bent wel zelf verantwoordelijk voor het nemen van beslissingen – wat betekent dat u ook de tijd en interesse moet hebben om u in uw beleggingen te verdiepen.

Discretionair beheer gaat een stap verder. Hierbij draagt u het dagelijkse beheer van uw portefeuille volledig over aan een professionele vermogensbeheerder. U maakt vooraf afspraken over uw beleggingsdoelen, risicotolerantie en eventuele beperkingen (bijvoorbeeld uitsluiting van bepaalde sectoren om ethische redenen). Binnen die kaders kan de beheerder autonoom beslissingen nemen zonder telkens uw akkoord te vragen.

De vermogensbeheerder volgt de financiële markten continu op en kan snel inspelen op ontwikkelingen. Dat kan een voordeel zijn in volatiele markten. Tegelijk verliest u wel rechtstreekse controle over individuele transacties. De beheerder neemt uiteraard regelmatig contact op om de gemaakte afspraken te evalueren en waar nodig bij te sturen, maar het dagelijkse reilen en zeilen ligt bij hem of haar.

Veel meer dan alleen beleggen

Naarmate uw vermogen groeit, breidt het gamma aan diensten zich uit tot ver voorbij vermogensbeheer. Private bankers presenteren zich steeds meer als totaalarchitecten van uw financiële leven.

Denk aan vermogensplanning – het structureren van uw bezittingen op fiscaal efficiënte wijze, met oog voor successie en bescherming van uw erfgenamen. Of gespecialiseerd vastgoedadvies, waarbij de bank u bijstaat bij de aan- of verkoop van prestigieuze eigendommen, eventueel via internationale netwerken.

Bij overdracht of overname van een bedrijf kan uw private banker fungeren als sparringpartner, met toegang tot gespecialiseerde corporate finance-experts binnen de bankgroep. Sommige instellingen bieden zelfs ondersteuning bij het beheer van kunstcollecties – van verzekering en taxatie tot advies over aan- en verkoop.

Ook filantropie krijgt aandacht. Wilt u een stichting oprichten, structureel goede doelen steunen of een vermogen met maatschappelijke impact opbouwen? Uw private banker kan u wegwijs maken in de juridische en fiscale aspecten.

De keerzijde? Deze diensten zijn vaak pas toegankelijk voor een select clubje superrijken. Bij BNP Paribas Fortis krijgt u bijvoorbeeld pas toegang tot een gespecialiseerde wealth manager vanaf een investeringscapaciteit van vijf miljoen euro of meer. Die wealth manager begeleidt u dan bij complexere zaken zoals investeringen in niet-beursgenoteerde bedrijven (private equity), gestructureerde producten of internationale vermogensoptimalisatie.

Het roept de vraag op: hoeveel van die uitgebreide dienstverlening heeft de gemiddelde private banking-klant met een half miljoen euro écht nodig? Of is het vooral een verkoopargument?

De kostenkant: transparantie blijft zoeken

Wie denkt dat private banking goedkoop is, komt bedrogen uit. De vergoedingen variëren aanzienlijk tussen instellingen en tussen formules, maar het loopt al snel in de duizenden euro’s per jaar.

Neem Axento Vermogensbeheer, dat relatief transparant over prijzen communiceert. Volgens de website betaalt u daar een beheervergoeding van 0,85 procent op het deel van uw inleg tot 50.000 euro, 0,73 procent tussen 50.000 en 100.000 euro, en 0,60 procent boven 100.000 euro. Op een portefeuille van 200.000 euro komt dat neer op een jaarlijkse beheervergoeding van ongeveer 1.335 euro.

Belangrijk: dat is enkel de beheervergoeding. Daarbovenop komen nog transactiekosten, bewaarloon, kosten van de onderliggende beleggingsfondsen en eventueel instap- of uitstapvergoedingen. Bij elkaar opgeteld kan de totale kostenvoet aanzienlijk hoger uitvallen dan de geadverteerde beheervergoeding alleen.

Voor discretionair beheer zijn de kosten doorgaans hoger, al dalen de percentages naarmate uw vermogen groeit. Deutsche Bank hanteert bijvoorbeeld voor zijn Global Equity Portfolio een beheervergoeding van 1,21 procent op bedragen tussen 1 en 2,5 miljoen euro. Dat daalt naar 0,85 procent tussen 2,5 en 5 miljoen, 0,67 procent tussen 5 en 10 miljoen, en 0,48 procent boven 10 miljoen euro.

Op een portefeuille van 2 miljoen euro betaalt u bij deze formule dus jaarlijks zo’n 24.200 euro aan beheervergoeding – een bedrag dat nog eens aangevuld wordt met alle eerder genoemde bijkomende kosten.

Adviserend beheer is goedkoper. Bij dezelfde Deutsche Bank bedraagt de adviesvergoeding voor de formule Beleggingsadvies-Klassiek 0,48 procent tot 2,5 miljoen euro, aflopend tot 0,30 procent boven 10 miljoen. Maar ook hier komen andere kosten bij.

Verschillende prijsmodellen, moeilijk vergelijkbaar

De bancaire sector kent geen eenduidige prijszetting voor private banking, wat vergelijkingen lastig maakt. KBC Private Banking hanteert aparte tarieven voor specifieke diensten – een à-la-cartemodel waarbij u betaalt voor wat u afneemt.

Belfius Private kiest voor een radicaal andere aanpak met een abonnementformule van 75 euro per maand per gezin – of 900 euro per jaar. Daarbij zijn alleen de kosten van de financiële producten zelf (zoals beheervergoedingen van beleggingsfondsen) nog apart te betalen.

Met die scherpe prijsstelling mikt Belfius uitdrukkelijk op groei. De bank ambieert om tegen 2030 de grootste private bank van België te worden, een positie die nu nog bij KBC Private Banking ligt. Of die strategie zal slagen, hangt af van meer dan alleen de prijs. Ook de kwaliteit van de adviseurs, de breedte van het dienstenaanbod en de klantbeleving spelen mee.

Toch is de prijsverschil opvallend. Een klant met een portefeuille van 1 miljoen euro die voor discretionair beheer kiest, kan makkelijk meer dan 10.000 euro per jaar betalen bij sommige banken, terwijl hetzelfde bij Belfius in theorie beperkt blijft tot het abonnementsbedrag plus productkosten. Dat roept vragen op over de kostenstructuur elders in de sector.

Is private banking de moeite waard?

Of private banking zijn geld waard is, hangt sterk af van uw persoonlijke situatie. Een aantal overwegingen:

Complexiteit van uw financiën: Hebt u naast beleggingen ook ondernemingsvermogen, internationale eigendommen, een kunstcollectie of complexe successiekwesties? Dan kan de expertise van een private banker waardevol zijn. Voor iemand met een relatief eenvoudige financiële situatie – louter een beleggingsportefeuille – is de toegevoegde waarde beperkter.

Uw eigen kennis en tijd: Bent u financieel onderlegd en hebt u de tijd en interesse om uw portefeuille zelf te beheren? Dan kunt u met goedkopere alternatieven zoals zelfstandig beleggen via een broker of robo-advisors vergelijkbare resultaten behalen tegen een fractie van de kosten. Ontbreekt die kennis of tijd, dan kan professionele begeleiding zinvol zijn.

De kwaliteit van de adviseur: Cruciaal is de competentie van uw toegewezen private banker. Een adviseur die uw situatie echt begrijpt, proactief meedenkt en u behoedt voor dure fouten, kan zijn vergoeding ruimschoots terugverdienen. Maar niet elke private banker is even kundig, en de kwaliteit varieert tussen instellingen en zelfs tussen individuele adviseurs binnen dezelfde bank.

Rendementsverhouding: Levert de private banker structureel een beter rendement op dan u zelf zou behalen, of dan een passieve indexbelegger zou realiseren? Dat is de kritische vraag, en het eerlijke antwoord luidt: lang niet altijd. Uit onderzoek blijkt keer op keer dat actief beheerde portefeuilles gemiddeld genomen na kosten niet beter presteren dan simpele indexfondsen. Uiteraard zijn er uitzonderingen, maar structureel beter rendement is geen gegeven.

Kritische vragen blijven

De private banking-sector kampt met een aantal structurele vraagstukken. Ten eerste: zijn de kosten nog wel in verhouding, zeker nu technologie veel analysewerk heeft geautomatiseerd? Waarom blijven de vergoedingen zo hoog terwijl robo-advisors vergelijkbare diensten leveren tegen een fractie van de prijs?

Ten tweede: hoe objectief is het advies? Private bankers worden vaak (deels) beloond op basis van de producten die ze verkopen. Dat creëert potentiële belangenconflicten. Raadt uw adviseur een bepaald beleggingsfonds aan omdat het het beste bij u past, of omdat de bank er een hogere commissie op verdient?

Ten derde: klopt de balans tussen persoonlijke aandacht en het aantal klanten per adviseur? Bij de instapniveaus van private banking kan één adviseur tientallen of zelfs honderden klanten beheren. Hoeveel tijd blijft er dan over voor échte persoonlijke begeleiding?

Dit zijn ongemakkelijke vragen die de sector liever ontwijkt, maar die wel relevant zijn als u overweegt om voor private banking te kiezen.

Conclusie: weeg af wat u echt nodig hebt

Private banking kan waardevol zijn voor vermogende particulieren met complexe financiële situaties, weinig tijd of beperkte kennis. De persoonlijke begeleiding, toegang tot gespecialiseerde expertise en het gemak van één aanspreekpunt voor al uw financiële vraagstukken zijn reële voordelen.

Maar het is geen wondermiddel. De kosten zijn aanzienlijk, de belangenconflicten zijn reëel, en beter rendement is allerminst gegarandeerd. Voor veel mensen met een vermogen tussen 250.000 en 500.000 euro zijn er goedkopere alternatieven die mogelijk beter passen.

Overweeg dus kritisch wat u werkelijk nodig hebt. Wilt u vooral gewoon een goed gespreide beleggingsportefeuille zonder er zelf tijd in te steken? Dan volstaat mogelijk een eenvoudiger (en goedkoper) beheerd beleggingsproduct. Hebt u daarentegen een complex vermogen met internationale dimensies, bedrijfsstructuren en successievraagstukken? Dan kan een goede private banker inderdaad van grote waarde zijn.

En onthoud: het vermogen dat een bank als drempel hanteert, zegt meer over haar commerciële strategie dan over wat u objectief gezien nodig hebt. Laat u dus niet verleiden door het prestige van een ‘private banking-relatie’ als de dienstverlening niet aansluit bij uw werkelijke behoeften.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *